Je identiteit is altijd ‘under construction’

Je identiteit is altijd ‘under construction’

Stel je voor als kleine baby leer je wat je allemaal wel en niet mag. Dit leer je onder andere van je ouders, je opa en oma en de rest van de familie.  Deze ‘cultuur’ die jou aangeleerd wordt, zijn jouw normen, waarden en gedragsregels. Naarmate je ouder wordt ontmoet je steeds meer mensen. Ook zij krijgen voor een groot deel invloed op jouw gedragingen, waardoor je identiteit zich opnieuw gaat vormen. Je identiteit verandert niet alleen door personen. Ook de media spelen een grote rol in je identiteitsvorming. Maar welk van deze twee beïnvloeders is nu de grootste? Mijn stelling luidt: Culturele transmissie speelt een grotere rol in je identiteitsvorming dan de media.

Culturele transmissie houdt in dat personen invloed hebben in jouw identiteitsvorming. Er bestaan drie verschillende soorten transmissie, namelijk horizontale, verticale en diagonale transmissie. Bij horizontale transmissie betekent het dat de personen boven je staan, zoals je ouders. Zij leren je (on)bewust normen, waarden en gedragsregels aan. Dit wordt ook wel je cultuur genoemd. Daarnaast heb je de diagonale transmissie, dit houdt in dat de personen boven je staan maar zij zijn niet je directe lijn, zoals je opa en oma of de leerkracht. Wanneer zij binnen je eigen groep vallen, bijvoorbeeld je opa en oma, gaan zij veder op de het aanleren van de cultuur die al door je ouders wordt aangeleerd. Wanneer zij buiten je eigen groep vallen, zoals je leerkracht, leren ze je ook invloeden van andere culturen aan (Petovic, 2013). Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld andere normen hebben over het noemen van zijn of haar voornaam. Mag je de leerkracht wel Esther noemen of moet wil ze aangesproken worden met mevrouw Wagemakers?

Bij verticale transmissie spreken we over de personen die naast je staan, dus je leeftijdsgenoten en vrienden. Ook zij leren jou bewust en onbewust waarden, normen en gedragsregels aan. Is het wel of niet oké om ieder weekend dronken te worden bij het uitgaan (Petovic, 2013). Je ziet dus dat de personen om je heen een grote rol spelen in wat wel of niet oké is.

 

‘leerproces van ingelijfd worden in de maatschappij, om hierin als een “goed burger” te kunnen functioneren; het zich eigen maken van gewoontes, gebruiken, gedragsregels, normen en waarden e.d., waardoor individuen (met name jongeren) integreren in de samenleving en ‘erbij horen’’(Thesaurus politiekunde, z.j.).

Het hierboven genoteerde citaat is de definitie van het begrip socialisatie. Het houdt kort in dat je ingeburgerd wordt tot goede burger die kan functioneren in de maatschappij. Je krijgt tijdens het socialisatieproces vaardigheden en gedragspatronen aangeleerd die jou helpen om te functioneren in groepen en in de maatschappij. In dit leerproces is een sociale omgeving belangrijk, omdat je via interactie met je sociale omgeving je identiteit ontwikkelt. Het proces zal je hele leven uitstrekken, omdat je je gehele leven interactie hebt met anderen. (Zwart, 2007). Wanneer er geen interactie plaats vindt tussen jouw en andere volwassenen of leeftijdsgenoten, zal het socialisatieproces mislukken en kan je niet functioneren in de maatschappij.

 

Tegenwoordig hoeft de beïnvloeding op identiteitsvorming niet alleen maar via personen te gaan, maar kan de beïnvloeding ook gaan via de massamedia (Zwart, 2013). De media hebben een articulatiemacht, wat inhoudt dat zij bepalen wat ‘in’ en wat ‘uit’ is (Strek, 2013). Als de media vaak genoeg herhaalt dat het normaal is dat er Nederlandse jihadstrijders naar Syrië gaan, zal het naarmate van tijd normaal worden dat er Nederlandse jihadstrijders naar Syrië gaan om daar oorlog te voeren. Hierdoor verandert je denken en dus ook je identiteit. Daarnaast brengen de media rolmodellen naar buiten waar Nederlanders zich aan vast houden. Deze rolmodellen zijn, net als ieder ander, opgevoed met bepaalde normen, waarden en gedragsregels. Alleen zij delen hun ‘cultuur’ met de rest van de wereld via de krant, radio, televisie of op het internet via onder andere social media. Mijn rolmodel refereer ik met mezelf. Ik zou graag op hem of haar willen lijken. Een rolmodel kies je omdat hij of zij op jou lijkt of omdat  jij je met deze persoon kan vergelijken. Over het algemeen heeft jouw rolmodel dezelfde normen en waarden. Daarom kan je je zo goed met hem of haar refereren. Deze rolmodellen hebben via de media een articulatiemacht, omdat als zij iets vinden en het naar buiten brengen, veel mensen het met hem of haar eens zijn. Stel je voor als Oprah Winfrey de wereld oproept om geld te doneren voor de kinderen in Zuid-Sudan, dan zal een groot deel van Amerika en de wereld haar hier in volgen. Zij heeft een stem en haar fans volgen haar, omdat zij zich kunnen refereren met wat zij doet.

De media zijn niet de enige die een articulatiemacht hebben, ook de kerk en de vakbonden hebben een articulatiemacht waardoor ze macht hebben op de identiteitsvorming van jou én mij(Sterk, 2013).

Persoonlijk geloof ik dat de culturele transmissie, de beïnvloeding van de sociale omgeving op jouw identiteitsvorming, een grotere rol speelt op jouw identiteitsvorming dan de media. Wanneer er geen media zou zijn dan zouden we dit wel missen, maar we zouden er wel zonder kunnen leven. Het missen van de media zou ons minder tot nauwelijks beperken in het functioneren in de maatschappij. Wanneer er geen interactie is tussen jou en je sociale omgeving zou dit een groter probleem zijn dan wanneer er geen media meer zijn. Wanneer we geen sociale omgeving hebben, kunnen we ook niet werken in groepen en kunnen we niet functioneren in de maatschappij. Dit betekent dus dat je buiten de maatschappij valt en er niet meer ‘bij hoort’. Tenslotte 1000 jaar geleden bestonden de media die we nu kennen nog niet en functioneerde iedereen naar behoren.

 

Kortom je identiteitsvorming wordt dus gevormd door onder andere de culturele transmissie en door de media. Beiden hebben een grote rol in de vorming, maar wanneer de media weg zou vallen kunnen we nog gewoon functioneren in de maatschappij. Wanneer de sociale omgeving wegvalt kan je niet meer functioneren in de maatschappij en hoor je er niet meer bij. Daarnaast blijft je identiteit altijd ‘under construction’, omdat je altijd nieuwe mensen blijft ontmoeten en er altijd media blijven of dat het nu de televisie, de radio of het internet is. Je identiteit verandert dus altijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *